Naar de inhoud

Rijmschema's uitgelegd: AABB, ABAB of ABBA?

Een rijmschema beschrijft welke regels van een gedicht op elkaar rijmen. Je noteert het met letters: regels met dezelfde letter rijmen op elkaar. De drie klassiekers:

AABB: gepaard rijm

Regel 1 rijmt op regel 2, regel 3 op regel 4. Het simpelste en vrolijkste schema, dé keuze voor sinterklaasgedichten en verjaardagsrijmpjes:

ADe Sint zat thuis al dagen te denken

Awat hij Sophie dit jaar zou schenken

Bhet werd iets voor haar grootste passie

Biets glimmends voor haar dansformatie

ABAB: gekruist rijm

Regel 1 rijmt op 3, regel 2 op 4. Iets subtieler; veel gebruikt in liedcoupletten omdat het vier regels lang spanning vasthoudt.

ABBA: omarmend rijm

De buitenste en binnenste regels rijmen op elkaar. Voelt “literair” en rustig; klassiek in sonnetten.

En verder

  • AAAA (slagrijm): alle regels rijmen. Grappig effect, snel eentonig.
  • AABCCB (staartrijm): twee paren met een terugkerende “staart”. Fijn voor langere verhalen op rijm.
  • Vrij rijm: geen vast schema. In moderne poëzie en rap heel normaal: het ritme en klankrijm doen daar het werk.

Welk schema kies je?

  • Gelegenheidsgedicht (Sint, verjaardag, bruiloft): AABB. Iedereen hoort het rijm direct, en het is het makkelijkst om te schrijven.
  • Liedtekst: ABAB voor coupletten, AABB voor een refrein dat moet blijven hangen.
  • Serieus gedicht: ABBA of vrij. Kies wat de inhoud dient.

Tip: kies éérst je schema, zoek dan per rijmklank meteen een handvol rijmwoorden met de rijmzoeker. Zo schrijf je nooit een regel waar je later niet meer op verder kunt.

Zoek rijmwoorden per klank